Werkdruk leerkrachten nog steeds te hoog

Uit een onderzoek van CNV Onderwijs blijkt dat de werkdruk voor leraren nog steeds te hoog ligt. Hierbij geeft bijna 80% aan dat deze werkdruk te hoog ligt.

Leraren maken zich zorgen over de aandacht dat ze aan elk kind kunnen geven.

"Noodkreten van leraren uit het primair onderwijs die door ons zeer serieus genomen moeten worden. Er moet nu echt iets veranderen. Wij pleiten daarom voor meer geld voor meer handen in de klas", zegt Loek Schueler, voorzitter van CNV Onderwijs.

Er was extra geld gereserveerd voor meer klassenassistenten, maar dat lijkt weinig te hebben veranderd. "Wat is er gebeurd met de 50 miljoen euro die hier elk jaar voor zou worden gereserveerd?", vraagt Schueler zich af.

De Tweede Kamer geeft aan dat, doordat ze nu bezig zijn met de formatie, er geen extra geld ter beschikking wordt gesteld om de werkdruk onder leraren op basisscholen te verlichten.

Hoge administratieve last

NOS en de regionale omroepen hebben onderzoek hiernaar gedaan en hieruit bleek dat de werkdruk niet de oorzaak is van te grote klassen of lastige leerlingen. Maar deze werkdruk wordt ervaren dor een hoge administratieve last. Leerkrachten zijn gemiddeld maar liefst zes uur per week aan overwerk kwijt aan administratie.

Staatssecretaris Dekker van Onderwijs gaf aan een “oplossing” te hebben: hij adviseert leraren onmiddellijk te stoppen met allerlei regels, zoals overdrachtsdossiers en groepsplannen. "Het is idioot en niet verplicht." Leraren moeten geen "boekwerken" schrijven. "Eén A-viertje kost maar twee minuten tijd", zei Dekker.

Ook stelde Dekker dat hij weinig voelt voor het gelijktrekken van de salarissen van leraren in het basis- en voortgezet onderwijs omdat "een klas vol pubers zwaarder is dan eentje met basisschoolleerlingen".